knappe monoloog van een feestbeest

Op het Amsterdam Fringe Festival, dat zich toelegt op de marge van het theaterlandschap, weet je als toeschouwer zelden wat je te wachten staat. Dat dit soms ook voor de acteurs geldt, bleek afgelopen vrijdag toen de twee hoofdrolspelers uit Travis’ Trip – een voorstelling in een rondrijdende limousine – door de politie op straat werden aangehouden en een nacht in de cel moesten doorbrengen. Voorbijgangers dachten dat een gespeelde moordscène echt plaatsvond. Een kenmerkende gebeurtenis voor een festival staat garant voor onverwachte ervaringen.

Bijvoorbeeld bij theatergroep Knoest, bekende Fringegangers die op bijzondere locaties spelen. Dit jaar onder een brug over de Singel. In deze kille krochten van de stad leven drie verschoppelingen die hun onzichtbare leven meer dan zat zijn, maar niet weten hoe ze weer uit hun donkere schuilplaats kunnen kruipen. Is daar iemand? is een montage van verschillende toneelteksten over eenzame geesten, geregisseerd door Esther Eij. Sfeervol, alleen had de locatie wat meer bij de voorstelling betrokken mogen worden, en de prima acteurs wat minder opgesloten in hun monomane personages. Dat had de uitvoering allicht iets minder afstandelijk gemaakt.

Nee, dan het in your face-theater van schrijver Enver Husicic. Zijn tekst Het mediabordeel is ook op het Fringe Festival te zien. In feite is het een lange, boze monoloog, door Hielke Zevenbergen uitgesproken. Met onverholen scepsis en botte verontwaardiging schetst hij een uiterst grimmig wereldbeeld, waarin iedere vorm van realiteit verdwenen is, en de media regeren. Een website als Youtube grossiert in afhakte ledematen, seks met dieren mag, als niemand het maar ziet, en fascistische ideeën kunnen zonder noemenswaardige aanleiding op internet worden geplaatst.

Zevenbergens performance is intens. Maar wat meer afwisseling had Het mediabordeelgoed gedaan. Vooral in de toonzetting van de monoloog. Nu begint al dat humorloze gefulmineer tegen alle drek en al dat zinloze geweld geleidelijk aan steeds meer te irriteren.

Een kortere monoloog met eveneens grimmige trekjes, maar die wel leuk is, schreef Hannah van Wieringen. Haar Engst gaat over een feestbeest à la Edie Sedgwick uit Andy Warhols kliek. Na het zoveelste feestje waar ze weer eens het laatst overgebleven meisje met enige spreekvaardigheid was, strompelt ze naar huis en naar haar vriendje. In een steeg vindt ze een dode duif, waarop ze besluit het uit te maken. Haar gedachten op dat moment vormen de monoloog.

Zonder pathetisch, saai of irritant te worden, speelt Tanya Zabarylo het springerige, dronken meisje dat in de knoop zit met de liefde. Haar van nature ironische houding tegenover alles wat echt of serieus is, kenmerkt deze knappe, minimalistische karakterstudie van Van Wieringen en regisseur Albert van Andel. Zo is Engst een hoogtepunt op het laagdrempelige Fringe.