Vrijgevochten, wellustige Lulu is niet te vangen

Theater

Lulu Toneelgroep Oostpool

JOUKJE AKVELD

Openingsscène: vijf mannen en een vrouw zitten op twee bankjes als zíj tussen hen door schrijdt – Lulu, ongrijpbare schoonheid, brandpunt van hun verlangen. In Frank Wedekinds opruiende, want als onzedig bestempelde toneelstuk uit 1894 is het titelpersonage een jeugdige femme fatale, even sensueel als destructief.

Bij Oostpoolregisseur Marcus Azzini liggen de zaken genuanceerder. “Some of them want to use you, some of them want to get used by you,” klinkt het uit de boxen. Lulu wordt begeerd, maar begeert zelf óók. In plaats van een jonge actrice castte Azzini Kirsten Mulder (42), haar eerste hoofdrol voor de grote zaal. Menselijker wilde hij Lulu maken, haar ontdoen van haar pornografische imago. Daarin is hij deels geslaagd.

Vrijgevochten en wellustig flirt Lulu met de haar omringende aanbidders – telkens een ander, want met de meeste loopt het niet goed af. Ontwapenend is ze in haar rusteloze zoektocht naar liefde, hoewel tot echt commitment niet in staat; de dood van haar opeen-

volgende partners ondergaat ze onbewogen. Partners die haar allemaal een andere naam geven. Alsof ze geen persoonlijkheid van zichzelf heeft, maar een leeg vel is waarop ze hun verlangens kunnen projecteren.

Toch lustobject? Ook de huidkleurige kleding verwart: een hoerige Lulu gereduceerd tot haar naakte lichaam.

Mulder staat vrijwel de volle 2,5 uur op het toneel, een formidabele krachttoer, en speelt haar personage schaamteloos open. Een sterke vrouw bewust van haar aantrekkingskracht, soms grof, soms manipulatief, maar ook steeds met dat naïeve dat Mulders spel aankleeft en haar iets weerloos geeft. Die spelopvatting gaat prachtig samen met de bewerking van Hannah van Wieringen waarin het licht absurde karakter van de dialogen alle ruimte krijgt.

Azzini benadert Wedekinds stuk niet als realistisch drama, maar als tragikomedie. Rond zijn titelheldin verzamelde hij een sterke cast, van veteraan Kees Hulst tot jonge talenten Jelle de Jong en Teun Luijkx. Allemaal proberen ze Lulu te vangen, maar geen van hen kan vat op haar krijgen.

In de desastreuze confrontaties schiet de puntige tekst virtuoos heen en weer. Dat werkt soms onvervalst geestig, zoals de scène waarin Martijn Nieuwerf Lulu aan de kant zet of later, als hij haar probeert aan te zetten tot zelfmoord. Het is krankzinnig maar óók herkenbaar. Op zulke momenten in het stuk versterken tekst en spel elkaar optimaal.

Het conceptuele videodecor van kunstenaarsduo Lernert & Sander voegt daar weinig aan toe, maar problematischer is het ‘plafond’ van lichtbalken dat aan het eind van de voorstelling tot vlak boven het toneel zakt. De acteurs (letterlijk in de goot?) kruipen er- onder rond en waren tijdens de première in de flauw oplopende zaal in Arnhem nauwelijks zichtbaar voor het publiek.

Pakte Azzini’s kale enscenering van Angels in America vorig seizoen schitterend uit, in het gestileerdere Lulu zit de vorm de inhoud in de weg. Azzini laat zijn voorstelling naar het einde toe steeds abstracter worden, waardoor het drama aan impact verliest. Ondanks het sterke spel, ondanks de geslaagde tekstbewerking en Mulders prachtrol blijft deze Lulu op afstand.