Apocalyptische visioenen achter glazen wand

 schermafbeelding-2016-10-19-om-11-05-57
Door Kester Freriks gepubliceerd 8 februari 2016

In het beeldende voorwerpen- en poppentheater van Ulrike Quade Company is taal niet altijd het belangrijkste, ditmaal wel. De voorstelling De wand, geïnspireerd door de roman Die Wand (1963) van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer, speelt taal een beslissende rol. Een vrouw is in het ongenaakbare Alpenlandschap teruggeworpen op zichzelf. Terwijl ze achteloos een ochtendwandeling maakt, waarschuwt haar hond Luchs haar voor iets onbenoembaars: het dier jank, blaft, vraag aandacht. De vrouw praat op de hond in, dat er niets ernstigs aan de hand is. Dan voltrekt zich ook voor haar het onvermijdelijke: tussen haar en de wereld bevindt zich plots een muur van glas. Alles daarachter is als bevroren.

Het gegeven is adembenemend spannend. Schrijfster Haushofer (1920-1970) schept een apocalyptische wereld waarin een vrouw, door die glazen wand radicaal afgesneden van alle beschaving, moet overleven. De voorstelling opent met een prachtig beeld van rook die als een witte vlam neerdaalt. Geleidelijk ontwaren we in de sterk verduisterde theaterzaal een ovalen hoepel, waarbinnen de vrouw lijkt gevangen. Actrice Harriet Stroet is omringd door een golvend zeildoek, als beeld van puinbrokken waartussen ze zich bevindt. Haar vertrouwde hond ligt aan haar voeten en met een enkele beweging van haar hand in het lichaam weet ze het dier tot leven te wekken. Ongelooflijk hoe bezield de hond opeens is door beweging, nagebootst geluid, aanhankelijk aankijken. Daarna voegt de vrouw nog een koe en een kat aan haar menagerie toe. Liefkozend noemt ze de dieren ‘haar gezin’. En met dat gezin moet ze overleven, tot een nieuwe ramp zich aandient.

De toneelbewerking is gemaakt door Hannah van Wieringen, die elk realisme van het verhaal heeft omgesmeed tot poëzie. Concrete verwijzingen naar het verleden van de vrouw zijn weggelaten; ze bevindt zich van meet af aan in een vacuüm, in een staat van volkomen gevangenschap. Dat levert zinnen op als deze: ‘langzaam/ gedachten komen terug/ kernramp wereldoorlog natuurramp/ natuurramp?’ Het idee tot de toneelversie van De wand is afkomstig van  Stroet zelf. In de regie van Ulrike Quade versmelten poëzie en beeld tot een ingetogen, abstract en fragiel geheel. Steeds beklemmender wordt de wereld waarin de vrouw zich bevindt: afgesneden, vereenzaamd, gevangen in dat ruige berglandschap.

Het is spannend dat Quade geleidelijke overgangen creëert. Aanvankelijk lijkt de oorzaak van die glazen wand inderdaad te schuilen in een mysterieuze ramp, dus van buitenaf. Maar de toeschouwer gaat zich vragen stellen: lijdt de vrouw aan waanbeelden? Is die wand waartegen ze opbotst wel een bestaande wand of beeldt ze het zich in? Ook Stroet houdt die grens tussen waan en werkelijkheid op fraaie, zuivere manier open. De grote kracht van De wand schuilt in de metaforische betekenis van het gegeven. De wand dwingt de vrouw tot de weg naar haar innerlijk. Ze moet proberen te overleven in een nieuwe orde. In 2012 verfilmde regisseur Julian Roman Pölsler het boek met Martina Gedeck in de hoofdrol. Dat was een geweldige belevenis, die film, met sinistere ondertonen, eerder creepy dan psychologisch.

In handen van Ulrike Quade wint De wand aan symboliek. Het slot komt als een schok, maar de toeschouwer heeft eigenlijk al zoveel aanwijzingen gekregen dat alles voorspeld lijkt. En toch weet Harriet Stroet de spanning schitterend vol te houden – met haar komen we in een heel enge wereld terecht. De symboliek van het poppenspel met vooral de hond werkt goed: het levenloze wordt levend en weer levenloos. De grenzen van de realiteit worden voortdurend overschreden. Prachtig, met aldoor dreigende muziek door Strijbos & Van Rijswijk. Dit is een voorstelling die je meeneemt in een bijzondere wereld.