marja pruis leest

Debutante Hannah van Wieringen schreef met De kermis van Gravezuid verhalen die zich bij elkaar aandienen als een roman. Niet als een mozaïekroman, waarin uiteindelijk de lijnen en/of de personages met elkaar verbonden worden, maar eerder als een kralenketting, iets als Dylan Thomas’ Under Milk Wood. Ik kom niet toevallig met deze vergelijking aanzetten, want Van Wieringen ontleent het motto aan Thomas’ toneelstuk dat oorspronkelijk als BBC-hoorspel werd geschreven midden vorige eeuw:

Time passes. Listen, time passes.
Come closer now. Only you can hear the houses sleeping in the streets in the slow deep salt and silent black, bandaged night.


Prachtig motto dat ook helemaal toegesneden is op dit werk, fijnzinnig gestileerd als het is en raadselachtig realistisch. Zoals Dylan Thomas inzoomde op het kleine vissersplaatsje Llaregyb in Wales, waar de slagersdochter van de kroegbaas droomt, de postbode de brieven openstoomt en de vissers op beter weer wachten, zo zoomt Hannah van Wieringen in op de bewoners van een klein dorp in Noord-Holland waar de kermis wordt opgebouwd.
Kleine schetsjes zijn het, van een jongetje dat duikt waar hij eigenlijk niet mag duiken, een groepje jongens dat een andere jongen die zich heeft verkleed als vrouw molesteert, een vrouw die rouwt om haar overleden echtgenoot, een frietbakker die een ijzingwekkend visioen heeft, pubers in afwachting van de grote avond.
Het slotverhaal, ‘Het eerbetoon van Reinout’, laat zich lezen als een daverende apotheose, een poëticale beginselverklaring, tegelijkertijd is het weer zo’n klein verhaaltje, waarin scholiere Esther haar huiswerk maakt terwijl ze op Reinout past, zoon van de huisarts en tevens mongool. Esther leest Hans Lodeizen, wil dichter worden, en observeert Reinout die voortdurend wil houthakken. Wie van hen tweeën is de ware kunstenaar, daarover gaat dit verhaal.
‘Noem me sentimenteel, maar ik vind het ontroerend dat Reinout iets meent te moeten veranderen in hoe de dingen zich aan ons voordoen en dat heel mooi doet. Iets moois maken van iets noodzakelijks, zoals eten of warmte.’ Hannah van Wieringen heeft iets heel moois gemaakt. – Marja Pruis