Angst doodt begeerte, over de tekstbewerking van de Penthesilea van Von Kleist

‘Oh, Prothoe, mij zo fel te raken. Is het niet alsof ik hels van woede een lier wil vertrappen? Zwevend op de nachtwind? Terwijl dezelfde lier mijn naam stil fluistert.’
Het verhaal
Penthesilea, koningin van de Amazonen, regeert haar oorlogszuchtige vrouwenstaat met harde hand. In hun traditie mogen haar onderdanen alleen met mannen verkeren om voor nageslacht te zorgen. Op het slagveld, waar zij mannen komen roven voor dit doeleinde wordt Penthesilea verliefd op Achilles, legeraanvoerder van de Grieken. In de liefde is zij ongeoefend. In de tradities van haar volk is zij immers afgezworen. Eergevoelens en angst verblinden haar. Na kort gedeeld geluk ontaardt een plan om dit geluk te behouden, -ondanks de wetten tegen dit geluk, in een grote tragedie. Penthesilea doodt Achilles, scheurt zijn borstkas open en verslindt zijn hart. Als haar allesverslindende roes iets geweken is, en zij inziet welk bloed er aan van haar handen drupt doodt zij zichzelf.

Penthesilea toen en nu
Von Kleist draaide in zijn Penthesilea uit 1808 de kern van de beroemde mythe om. In de versie uit de oudheid heeft Achilles de hoofdrol. Hij denkt een sterke tegenstander te doden op het slagveld en ziet pas als hij de helm van zijn gezicht haalt, dat het de jonge koningin betreft en is bevangen van haar schoonheid. Von Kleist verschuift het perspectief naar Penthesilea. Hij laat haar schokkend autonoom handelen: naar haar begeerte. Vandaag de dag zijn begeerte en autonomie in een vrouw natuurlijk een stuk minder schokkend dan bij verschijnen. Maar nog altijd is het beeld van een strijdende vrouw, iets dat ons met medelijden en zorg kan vervullen, in plaats van bewondering.
Als je zo sterk begeert als Penthesilea, dat je bereid om alles achter je te laten om er gehoor aan te geven, dan ben je vandaag de dag eerder hopeloos romantisch te noemen in plaats van eindelijk geëmancipeerd. Want: we zijn zzp-er, we zijn aan het werk, we wantrouwen de roes van de begeerte, en we hebben wel meer te doen, dan begeren.

Bewerken
De poëzie van Von Kleist is nogal wonderschoon. Springerig, ambigu, zo dynamisch is dit werk. Toch lonkten er technische mogelijkheden. Goethe zei over dit stuk dat het onspeelbaar was. Wat in feite een uitnodiging is, nietwaar. De meeste handeling gebeurt offstage, waarbij ooggetuigen komen vertellen over wat elders is voorgevallen. Voor deze Penthesilea heb ik gezocht naar het behouden van de schoonheid van de taal en naar hier en nu van de gebeurtenissen. Hoe krijgen we het verhaal als het ware in de personages in plaats van over de personages. Een stap weg van het vertellen, dichter naar het tonen toe.

Ook iets heel moois: Von Kleist heeft als het ware spiegels aangebracht, overal in de tekst. Het mannelijke en vrouwelijke van Achilles en Penthesilea, zie je steeds in elkaar gespiegeld. De seksuele spanning van het stuk kun je zien als een soort lichtstraal die steeds heen en weer en in elkaar teruggekaatst wordt. Zo zegt het stuk voor mij ook: de ware begeerte is feitelijk geslachtsloos. ( Maar u moet weten, dit is beslist een stokpaard, ik zeg nog wel eens hoopvol: over honderd jaar is iedereen lichtbruin en biseksueel)

Wat belangrijk was: een moderne Penthesilea legt de hand niet aan zichzelf. Doorleven met het het besef dat jij het was, die angst de overhand liet, die destructie luider liet spreken dan vertrouwen, dat is de moderne taak te noemen van Penthesilea. En erover te vertellen. De vrouwelijke held, die haar verhalen doorgeeft in de tijd, die de macht over haar geschiedenis behoudt.