Een streaker uit de toekomst in On the Road

Marylou is een personage uit het beroemde boek On the road van Jack Kerouac. In het volgende fragment uit de toneelbewerking voor Toneelgroep Oostpool schrijft ze Sal Paradise een brief met een paar kanttekeningen bij zijn zienswijzen.
Lieve Sal,

Het zit me toch niet helemaal lekker. Ik schrijf je in het geheim, niemand weet hiervan. Niemand weet van het bestaan van mijn gedachten brieven. Ik heb overwogen hen voor altijd geheim te houden. Ik heb overwogen om de geschiedenis voort te laten razen zonder mijn bijdrage. Ik heb gedacht, ik weet wat ik weet, over Dean, over ons, over wie wij samen zijn, over waar we over spreken met elkaar. Wat anderen denken te weten doet daar niets aan af. Maar het moment dat we uit elkaar zijn gegaan in San Francisco groeide de stapel ongestuurde gedachten brieven tegelijk met een keelpijn Sal. Ik kreeg zo een verschrikkelijke keelpijn. Helemaal dik hier, en opgezet. Met een abces zo groot als een vuist liep ik hijgend en zwijgend rond. Eerst dacht ik dat ik gewoon meer moest drinken. Alcohol doodt bacteriën, dat weet iedereen, maar ik begrijp nu dat die bal die hier groeit vol zit met woorden. Hij groeit omdat ik me niet uitspreek. Ik begrijp nu dat alcohol in mij wel meer gedood heeft dan bacteriën. Ik zal daar niet heroïsch over doen.

Sal, Ik bewonder je. Het gemak waarmee je de werkelijkheid naar je toe trekt. Hoe iedereen naar je luistert als je begint te spreken. Hoe kan ik nu zichtbaar aan je maken dat het overwicht dat je hebt natuurlijk lijkt, maar volkomen en totaal een construct is. Het is ook mooi, hoe je rondstapt op aarde, zo makkelijk, zo geprivilegieerd, omdat jij bent wie je bent. Een vriendelijke, goedgehumeurde blanke jongeman, altijd weer bereid om te geloven in dat wat je op dat moment het beste uitkomt. Dit klinkt nu verrotter dan ik het bedoel. God weet dat als je iemand liefhebt, dat dat precies is wat je altijd doet, geloven in dat wat je het beste uitkomt. Maar misschien kun je er ook wel doorheen horen, dat ik soms heel graag jouw rol had gehad. De rol van de beste vriend. De rol van de verteller die zonder slag of stoot een bepaalde romantiek hanteert, die zichzelf voortdurend vergevingsgezind is.

Sal, begrijp je me als ik zeg dat ook omdat jij die rol aanneemt, ik tot mijn rol gedwongen wordt? En dat dat me frustreert tot onderin. Omdat leven nu eenmaal gepaard gaat met trots. Omdat ik, zoals ieder mens wil schreeuwen: Ik houd van mijn rol. En ik houd van Dean Moriarty en ik houd ervan overal waar we komen scènes te trappen en die saaie sukkels wakker te schudden. Het onderste uit de kan halen. Dit is mijn rol. Het is de rol van mijn leven. Hier valt eer te behalen. Maar ik kijk om me heen Sal en ik weet het even niet.

Hoe kan ik van Dean Moriarty houden en tegelijk mijn waardigheid bewaren? Hoe te houden van jou als vriend, van je zachtmoedige tolerantie, als gelijkgestemde, zonder me steeds monddood gemaakt te voelen door de manier waarop je naar me kijkt? Okee, houden van Dean met waardigheid, dat gaat misschien gewoon echt nooit omdat liefde nu eenmaal echt nooit met waardigheid gepaard gaat. Soit. Maar jij als vriend, jij verdient in onze vriendschap te horen dat ik me monddood gemaakt voel. En ik hoor je al zeggen, niemand houd je tegen te spreken. Niemand ligt je toch een strobreed in de weg, maar jij en ik weten dat jij bepaalt hoe ik er hier voor sta. Wij weten allebei dat je Camille nog geen handvol zinnen gunt in die notitieboekjes van je. En misschien is dit wel te veel eerlijkheid voor in een keer. Of voor dit moment. Dat kan. Maar ik dacht nu ik toch even alle aandacht heb, snap je? Ik ben een soort streaker uit de toekomst, die hier even ongepast door het beeld rent.

En dan is er nog iets anders. Het lijkt nu misschien vreemd, en alsof het uit de lucht komt vallen. Maar wat ik wil bespreken is groot genoeg om dat gevaar te lopen. Ik ga iets zeggen waar je ongemakkelijk van wordt en ik hoop niet zo ongemakkelijk dat het je kwaad maakt.. Woede en angst maken je doof. En het gaat mij er juist om dat je hoort wat je zegt. Dat je oren en ogen ontwikkelt voor iets dat zich nu totaal ongezien in je voltrekt. Toen we laatst naast elkaar in de wagen zaten, het was ergens rond Bakersfield als ik me niet vergis toen begon je weer over hoe graag je een neger zou willen zijn. Je zegt het heel vaak als je muzikanten ziet spelen, je bedoelt het bewonderend maar het is badinerend. Ik wil je niet belachelijk maken, maar ik ga toch even nadoen hoe je dan doet. Zodat de geschiedenis daar een beeld bij heeft, ook al zeilen we er al een hele tijd best slim omheen: ‘Ik was alleen mezelf, weet je wel, een trieste wandelaar in violet duister op een ondragelijk heerlijke avond, en ik wou gewoon dat ik van wereld kon wisselen met de gelukkige, oprechte, extatische negers van Amerika.’ Dat zei je. Of iets van dien aard, voor de zoveelste keer. Met die kinderlijke tevredenheid over je eigen observatie over jezelf. Terwijl. Hebben we laatst niet een hele nacht gewijd aan de gedachte dat de geschiedenis in iedere stem opnieuw geboren kan worden en beginnen te bestaan. In iedere stem Sal. En als ik het zo uitlicht dan hoor je zelf toch ook wel dat het op zoveel verschillende manieren onacceptabel is om dat te zeggen? Als je van woorden je beroep maakt dan weet je wat woorden kunnen, hele werelden maken en breken. Zullen we dan vanaf nu gebroederlijk het woord neger naar de vuilnisbak verwijzen? Dat behoeft verder geen uitleg me dunkt. En dan het hysterisch exotisme dat er spreekt uit dat verlangen van je gelukkig en extatisch en oprecht te zijn als een neger. Here god, hoe reduceer je een bevolkingsgroep tot gelukzalige imbecielen? Sal, laten we beter kunnen. Als je wil schrijven dan heb je toch ogen nodig voor dat wat leeft? Niet voor dat wat je zou willen dat leeft? Gaat het niet om hoe het is? En niet om hoe je graag zou willen dat het is?

In de romantiek wordt veel gereduceerd. Zoveel wordt me steeds duidelijker. Godsamme, Sal. Ik ben geen romanticus, daar verschillen jij en ik. En leven dat is iets afgrijselijks en fantastisch confronterends. Waar je ook kijkt confrontatie. Gewoon opstaan en naar buiten gaan: confrontatie. Ik wil je iets vragen. En ik meen dit, ook al weet ik donders goed dat je worstelt, maar. Voel jij liefde, Sal? Even serieus, hoe kan het nou, dat jij nog nooit maar dan ook nooit met iemand ooit ruzie hebt gehad?

Ik hoop je snel te zien. Zodat we elkaar de hersens in kunnen slaan. Want ik hou van je en wil je kennen.

kusjes,
Marylou