treurige feestverslaafden in mooi ‘Er moet licht zijn’

Wie in de rij bij een nachtclub staat, is niet alleen. Met die gedachte feest een vriendengroep zich zorgeloos door het leven. Totdat de twijfel opeens toeslaat bij deze 5 eind twintigers die de jonge toneelschrijfster Hannah van Wieringen opvoert in haar tekst Er moet licht zijn, speciaal geschreven voor Oostpool-regisseur Marcus Azzini.

Afgelopen zomer op de Parade maakte Azzini nog het lollige Los, over weggelachen ongemak op feestjes. Er moet licht zijn is de beschouwende tegenhanger van die voorstelling, een depressieve preparty, een introspectief moment van een feestverslaafde.

In de weinig levendige enscenering heeft de regisseur zich vooral geconcentreerd op de poëtische tekst van de mondige personages. Zodat de confrontatie met hun jonge zelf goed voelbaar wordt. Op een schitterende vloer van duizenden lege wijnflessen proberen de 5 een wankel evenwicht te bewaren.

Gedachten zijn de grondstof waaruit de hele tekst is geconstrueerd. Dit zijn de gedachten van de hoofdpersoon (Sanne den Hartogh), een 28-jarige schrijver. Op een dag wordt hij wakker met een verlammende angst voor de onzin van het leven onder de leden. Waar was al dat verkleden en feesten en bezatten goed voor?

In een overvloed aan weifelende woorden proberen hij en zijn vrienden grip te krijgen op de roes die hun leven to dusver was. Maar hoe meer ze eraan vuil maken, hoe eenzamer ze worden.

Het mooie acteerwerk van Den Hartogh, maar ook van Maria Kraakman als grootverbruiker van prosecco en een serene monoloog van Janneke Remmers geven de moeilijke tekst van Er moet licht zijn een welkome lichtheid en des te meer zeggingskracht. – Vincent Kouters