Aanvulling op het leven van Barbara Loden

Het enige dat schrijfster, redactrice en curator Nathalie Léger (1960) hoefde te doen was een lemma schrijven over de Amerikaanse film Wanda (1970) voor een groot naslagwerk over cinema. Wanda, geschreven, geregisseerd en gespeeld door Barbara Loden, was een bescheiden culthit in Europa en won een prijs voor beste buitenlandse film op het Filmfestival van Venetië. Marguerite Duras omschreef de film als een meesterwerk, waarin de regisseur ‘een soort sacralisering heeft bereikt van wat ze als een soort verval wilde laten zien en dat ik als glorie beschouw, een zeer krachtige glorie, zeer hard, heel diep’.

Maak er niet te veel werk van, had de redacteur tegen Nathalie Léger gezegd. Maar wat begint als een poging tot samenvatten eindigt in een oneindige hoeveelheid dwarsverbanden en duplicaties, in de kunst en in de werkelijkheid, en dat resulteerde in Aanvulling op het leven van Barbara Loden (2012) dat nu in vertaling is uitgegeven.

Léger vindt: om het kort te kunnen houden, moet je veel weten. Ze reist af naar Pennsylvania waar de film gedraaid werd, graast de biografie af van Barbara Loden (1932-1980), stuit op veel tegenwerkingen en een subject dat alles lijkt te doen om aan duiding te ontkomen. Ze daalt af van film naar vrouw, naar de vrouw waar de film op gebaseerd is. Zoekt de vrouw uit het krantenbericht dat Loden inspireerde tot het scenario van Wanda. Ze stelt zich vragen over acteren, in de kunst en in het leven. ‘Resumerend. Een vrouw doet alsof ze een andere vrouw is in een rol die ze zelf schreef, gebaseerd op een andere vrouw, ze doet iets anders dan rechttoe rechtaan een rol spelen, ze speelt niet zichzelf maar de projectie van zichzelf in een andere vrouw, die door haar gespeeld wordt, maar die gebaseerd is op een andere vrouw.’

Het eigen leven van de schrijfster sijpelt binnen in de uitwisselingen die ze heeft met haar moeder. Waar gaat die film nu over, wil de moeder weten. ‘Ze had die vraag gesteld om belangstellend over te komen en aardig voor me te zijn, maar in feite interesseerde het haar niet, ze wilde liever weer gewone verhalen over gewone levens.’ Maar het ís een gewoon verhaal over een gewoon leven. En het draait om vernedering. De vernedering die het in leven zijn kan betekenen, of: betekent. En het draait om de kracht daarvan, de grote kracht ín de vernedering, het mislukken, voorbij schaamte. ‘Een verlangen naar triomf, de wil om iets grandioos tot stand te brengen in de nederlaag.’ Het is een ongepolijst levensgevoel dat raakt. Recent zag ik het terug op toneel bij actrice Janneke Remmers en, in een andere voorstelling, bij Kim Karssen. Actrices die in staat zijn de kracht te tonen, de vrijheid die schuilt in de glorificatie van de vernedering.

Alsjeblieft, vraagt de redacteur, schrijf een lemma, geen zelfportret. ‘Ik legde de redacteur uit dat ik de hele Wanda en de hele Barbara in het lemma een plek wilde geven […] een ziel die lucide en bang was, die zich in een andere verborg, en dat ik er een lofdicht aan wilde toevoegen over het dolen onder de bleke hemel van Pennsylvania, zonder het grandioze heroïsch komisch spel van de innerlijke rampzaligheid te vergeten.’

Zo geschiedde onder de handen van Nathalie Léger. Op de wijze van het motto van Godard, waar het boek mee begint, waarin hij zegt (ik parafraseer): de waarheid, als je die tenminste echt wil laten zien, ziet eruit als iets tussen verschijnen en verdwijnen in.