Ondertussen schijnt de zon volop. De lente laat zich door geen virus of maatregel doorschuiven naar 1 juni. De vensterbank staat dan ook koppig vol kiemplantjes. Stokroos, tomaat, zinnia, koningshoed, augurk. In de tuin zijn de dahlia’s de grond in gegaan. De uienbollen komen op, de vossenbes en de kievitsbloem zijn er al. 


Bij het tuincentrum krijg ik bij binnenkomst een karretje voor m’n voeten gereden. ‘Ik kom alleen maar even vlug voor wat zaadjes om te kiemen.’ ‘Ja, mevrouw, dat zal wel, maar het moet.’ De lange bleke jongen met een flodderige baardje lijkt dodelijk vermoeid. ‘Om afstand te houden. Het is te moeilijk voor mensen, maar dit verplichten helpt.’ Het is een enorm ding. Met een beetje fantasie is het een karretje voor een attractiepark. Hij veegt de voorkant schoon met papier en desinfect en het lente themapark kan beginnen. Bij binnenkomst blijkt het tuincentrum bijna leeg gekocht. Al die mensen die noodgedwongen rond hun huis scharrelen blijven mogelijkheden zien. De zorgen zijn misschien echt beter te verdragen met een nieuwe rododendron in een pot met frisse aarde. Ik verzamel de basilicum zaadjes en schuif toch maar het hele tuincentrum door. Wie weet vind ik een antwoord op al mijn vragen tussen de primula’s. Of een heel noodzakelijke anemoon. Bij de citrusboompjes aanbeland check ik voor de zoveelste keer de nieuwsberichten. Geen nieuws over vriend H., die in slaap wordt gehouden op de intensive care. Wel loopt er voorzichtig optimistisch algemeen nieuws binnen. Er wordt diep gezucht tussen de kumquats en de mandarijnen. Om niet te zeggen opwellende tranen van behoedzame opluchting achter een zonnebril.  


Het RIVM laat weten dat het erop lijkt dat in Nederland de exponentiële groei van het virus is afgeremd. Het aantal mensen dat door één corona patiënt wordt besmet is afgenomen: van twee naar een. De voorzichtig positieve trend is ook terug te zien in het aantal nieuwe ziekenhuisopnames dat het RIVM rapporteert. Die lijkt de afgelopen dagen ‘af te vlakken.’ Wel zeggen ze er meteen bij dat het schattingen zijn. En dat als we ons niet aan die sociale afstand houden er meteen weer een toename kan optreden. Maar toch is het even stukken beter te doen door deze boodschap dat het zin heeft.


Een oudere dame verbreekt de stilte. Ze zegt dat ze er nu genoeg van heeft. ‘Gister was ik hier ook al en toen waren de andijvie plantjes ook al op.’ Ze stamelt ervan, zo kwaad is ze. Als die jongen in zijn bodywarmer soms dacht dat ze hier voor haar lol heen was gereden had hij het mis. ‘Nee, u moet afstand houden,’ ze gilt nu bijna. De jongen wijst op de lage tafels. Daar, andijvie plantjes, slap en lichtgroen. Ze pakt ze woedend. Maar ze heeft ze. De jongen knikt vriendelijk, alsof hij zegt: geeft niet, we zijn allemaal bang.