Wat je vindt  

Laat het maar regenen, mompel ik onder de adem, terwijl de kleine hond over een kletsnat veldje voor me uit banjert. Die scheuren in de aarde en het gele gras van vorige zomer, zinde niks. Nee dan zomerregen. Mals gras, alles vol en groen. Zo’n mistige waas over de wereld. Dampende velden als de bui wegtrekt. Regen is leven. Als je over kaarsrechte wegen van een dorp naar een middelbare school in de stad peddelt met de rietvoorns halverwege je nek, denk je hier anders over. Twee of drie keer natregenen op een dag krijgt zelfs de grootste optimist klein. Maar nu is het vakantie. Buiten trekken de buien voorbij en binnen kun je niemand zijn in het diepst van je gedachten. 

Niemand willen zijn ontstaat, denk ik, doordat je even bent gaan denken dat je een mening moet hebben, of nog definitiever: een oordeel. Een groot misverstand onder de menselijke ploeteraars. Misschien verbaast het dat een columnist hierover begint. Maar voor mensen lijkt het nuttig om zich ervan te doordringen dat ze meer niet weten dan wel. Dus dat er ook meer zaken zijn waar ze niets van kunnen vinden dan wel. Ik vind, ik vind, ik vind. Dat zal, zei de overbuurvrouw vroeger, en wat je vindt mag je houden. Wat je vindt opschorten tot nader order. Of uitstellen tot morgen. En zien wat er in de ruimte die vrijkomt kan ontstaan. Meestal iets onverwachts, iets wat je niet kon voorzien. Omdat je de wereld met een oordeel vaak kleiner maakt. En jezelf groter.

Misschien in de vrijgekomen ruimte naar de bioscoop? The Souvenir van Joanna Hogg bijvoorbeeld, daar regent het ook zo mooi. Engeland, ja wat dacht je, en dan ook nog in de grauwe jaren ’80. Margaret Thatcher aan de macht en de IRA bombardeert. In The Souvenir beweegt dit overigens heel ver op de achtergrond mee. Het is een portret van de kunstenaar als jonge vrouw. De jonge vrouw leeft nog niet echt in de wereld, ze is er nog niet helemaal. Julie is eerstejaars filmstudente uit een geprivilegieerd milieu. We zien haar in haar sjieke studentenflat in Londen. We zien haar praten met leeftijdsgenoten over film. En we zien haar een man ontmoeten, die zegt dat hij voor Buitenlandse Zaken werkt. Is het een date? Hij stelt haar kritische vragen over haar kunstenaarschap. Hij vindt overal iets van. Zij is tastend en vindt vooral dat ze een film moet maken over noodlijdende mijnwerkers. Langzaamaan begint hij haar door zijn superieure eigendunk alleen nog maar te ondergraven. En zij begint te zien dat ze alleen films kan maken als ze dat doet vanuit haar eigen perspectief. Dat je je niet kúnt schamen voor je achtergrond, het is een uitgangspunt, verder niks. Zonder uitgangspunt blijf je zweven in het niets. Julie vindt grond en de man verdwijnt uit beeld, tragisch. Joanna Hogg laat het allemaal zien. En heeft geen mening.